Zo kan het ook bij plagen

Stel je voor:
Op een dag verzint iemand voor jou een soort van bijnaam of scheldnaam.
Binnen de kortste keren neemt de hele klas, de halve school, de straat, de buurt en het halve dorp dit woord over omdat het zo lekker bekt.

Je hebt dan als kind twee keuzes:

  • A: Je voelt je vernedert en gepest en trekt alle registers open om de anderen hun mond te laten houden
  • B: Je accepteert het en maakt het groter door het als een eer te beschouwen

Optie A: Je voelt je geraakt

Bij optie A, wordt het erg lastig omdat iets wat grappig is (bedoeld) heel snel ingeburgerd raakt. Als er dan ook nog de nodige aandacht naar toe gaat, wordt het nog interessanter.
Immers: Wat aandacht krijgt, groeit.
Bovendien houden de meeste mensen wel van wat reuring en gaat iedereen een mening hebben en ontstaan er ook snel voor en tegenstanders.

Het betreffende kind en de ouders gaan zich heel akelig voelen en willen dat het stopt. School trekt het pestprotocol uit de kast en iedereen merkt dat het niet gaat werken want de reuring is al ingezet en er is iets te beleven.

Het hangt nu van het kind en zijn hele omgeving af of het nog meer uit de hand gaat lopen richting pesten en of er levenslange beschadiging volgt.

Optie B: Je accepteert het

Het kind heeft een stevige basis in zijn zelfgevoel en zelfvertrouwen.
Daarnaast is zijn basisvertrouwen in de mensheid zodanig groot dat hij het plagen wat hij ervaart niet ervaart als beschadigend.
Misschien vind hij het niet heel erg leuk, maar hij kiest ervoor om het te laten zijn wat het is.
Zijn ouders en leerkrachten helpen hem met het bij zich af laten glijden van beledigingen omdat die meer zeggen over de ander dan over hem.

Ik noem dit altijd: Je bent een emmer snot geworden waarin negativiteit niet blijft aankleven en tussen je vingers door verdwijnt als je je hand in deze meer stopt.
Zo nodig oefent het kind dit met het gooien van zakjes die beledigingen vertegenwoordigen. Je voelt dan letterlijk de keuzes die je hebt: vangen en vasthouden, bij je langs laten gaan en niet vangen of wel vangen en teruggooien.

Het hoeft geen betoog dat de lol voor de anderen, zo die er was, er snel af is omdat er geen aandacht wordt gegeven aan negativiteit.
Het kan nu met de bijnaam snel gebeurd zijn of het kind krijgt levenslang te maken met een tweede naam.

Hoe gaat het verder met optie B?

Onze zoon overkwam het dat hij op een dag te maken kreeg met een bijnaam. Al snel besloten we dat hij dit ook als een erenaam kon zien en zo is het ook gegaan.
Zo gebeurde het regelmatig dat er een knul aan de deur kwam en als ik opendeed de vraag kwam: ‘Is ehh… ehhhh.. ehhh thuis?┬á En dan zei ik met een stralende glimlach: ‘Ahh, je bedoeld J…., de P…..
En dan kwam er van de stoep meestal een grote zucht met glimlach waarna ik een gil deed naar zoonlief.

Toen hij naar het voortgezet onderwijs ging, klonk natuurlijk zijn bijnaam al snel door de gangen.
Tot de onderdirecteur besloot in te grijpen en de klas bij elkaar wilde roepen.
Zoonlief heeft toen snel ingegrepen door naar het kantoor van de onderdirecteur te gaan en te vragen waar ze zich in hemelsnaam mee bemoeide. Als er een probleem was, kon hij het zelf wel oplossen.
Overigens hebben wij dit pas onlangs gehoord van hem zelf. De school heeft ons daar nooit over ingelicht.
Mogelijk had ik hetzelfde gereageerd als zoonlief. ­čÖé

De moraal van het verhaal?

Laat het vooral heel helder zijn. Pesten is onacceptabel en bij pesten moeten de volwassenen duidelijk en hard ingrijpen om een kind te beschermen.
Plagen is echter iets wat een leven lang mee gaat en wat ieder mens op zijn weg zal vinden.
Enerzijds moeten we kinderen leren dat ze een keuze hebben om zich ergens iets van aantrekken of niet.
Anderzijds moeten we kinderen ook grenzen leren. Als je iemand kwetst, maak je iets kapot en dat mogen we iemand anders niet aandoen.
Met empathie kunnen we het verschil maken voor elkaar en elkaar goedmoedig plagen.

En laten we wel zijn. Vroeger waren er in dorpen en buurten vele, vele mensen met een bijnaam. Soms gericht op een lichaamsdeel, soms op een beroep van de ouders of een andere eigenaardigheid van het kind of de omgeving.
De bijnaam ging vaak mee in het graf.
Hoe erg is dat werkelijk?
Meestal werden deze mensen juist volledig geaccepteerd in wie ze waren en hoe mooi is dat?
En zou de goedmoedige franje die een bijnaam gaf in het sociale verkeer in de tijd van nu ook nog een positieve rol kunnen vervullen?

Of zijn we met ons allen ook een stukje humor en acceptatie voor het afwijkende kwijtgeraakt?

Dit artikel werd gepubliceerd in de weekendbijlage van het Friesch Dagblad van 16 juni 2018.

Wanneer je deze tekst, of gedeeltes daarvan, wilt gebruiken vraag dan even toestemming.
De link mag gedeeld worden op social media.

Kijk voor meer informatie over leren, het weerbaarheidsspel, de opleiding tot kindercoach en opvoedcoach en nog veel meer op de website van Tea Adema

Lees ook: Ieder kind uniek? Of toch liever maar niet
Lees ook: Het is niet eerlijk
Lees ook: Moed moet
Lees ook: Hoe kun je je grenzen afbakenen
Bekijk ook: Het verschil tussen plagen en pesten
Bekijk ook: Hoe krijgt een puber zijn leven op orde
Bekijk ook: Omgaan met je grenzen en weerbaar leren worden
Bekijk ook: Hoe ga je om met vervelende opmerkingen

PS: Wil je op de hoogte blijven en dagelijks interessante artikelen lezen of leuke filmpjes bekijken?
Like dan mijn facebookpagina.
De illustratie is van Bianca Snip.

Dit bericht is geplaatst in Bij mij thuis, Deistich libben, Pesten, Stof tot nadenken, weerbaarheid. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *