Eerst luisteren en dan gehoord worden

Hij staat echt hoog in de top 10 van hulpvragen: ‘Mijn kind luistert niet’.
En heel flauw zeg ik dan vaak als eerste tegen de betreffende ouder: ‘Kinderen die niet luisteren, hebben ouders die niet luisteren’.

Vroeger was het zo dat kinderen naar hun ouders moesten luisteren en gehoorzamen. In deze tijd zijn we meer gelijkwaardig in de opvoeding waarin iedereen gehoord kan en mag worden. Daar waar ik als kind nog de boodschap meekreeg: ‘Je hebt niets anders in te leveren dan lege briefjes’, worden kinderen nu uiterst serieus genomen in hun behoeften, wensen en verlangens.

Wat is nieuw?

En toch is er niets nieuws, maar gaan we alleen anders met elkaar om. Immers ik maakte ook lawaai om gehoord te worden om mijn punt te maken, maar moest me voegen naar het meer autoritaire gezag van mijn ouders.

Kinderen van nu doen niets anders dan ik als kind. Als zij zich niet gehoord voelen, gaan ze ook lawaai maken.
Ik noem dat deze vuist op deze vuist omdat zowel kind als ouder en tandje bijzetten om elkaar te kunnen horen.

In plaats van dat ouders een grens aangeven tot hoever kinderen mogen doorgaan met lawaai maken proberen ze hun kind tot stilte te manen, te soebatten, te onderhandelen, te lijmen en alle andere dingen te doen waarmee ze hun kind in het gareel proberen te houden.
En daarmee luisteren ze vaak net zo weinig naar hun kind als mijn ouders.
Het ziet er alleen anders uit.

Wat willen kinderen?

Kinderen die niet luisteren, willen ons iets duidelijk maken.
Zij willen ons iets vertellen. Zij willen dat wij hen begrijpen.
En zij willen vooral dat wij hun behoeften erkennen.
Observeer je kinderen die veel lawaai maken of miepen en piepen zoals ik dat vaak noem, dan zie je vooral dat ze op een moeilijke manier laten weten dat ze ergens behoefte aan hebben. Het snoepje of de ipad waar kinderen om zeuren of het klieren aan tafel is heel vaak een onhandige manier om aandacht te vragen.

Kinderen leren niet automatisch op een positieve manier te vragen wat ze ten diepste graag willen. Zelfs veel volwassenen drammen, zeuren of trekken zich terug als ze eigenlijk behoefte hebben aan verbinding, erbij horen, autonomie of gewoon liefdevolle aandacht.
Wij moeten kinderen helpen om te leren vertellen wat ze werkelijk willen zodat ze daar om kunnen leren vragen.
Het is mijn ervaring dat leren vragen om wat je nodig hebt, vele boze en driftbuien kan voorkomen. Daarnaast wordt het veel gemakkelijker om met teleurstellingen om te gaan als we leren benoemen wat we werkelijk willen.
En kinderen willen uiteindelijk altijd het goede. Ze hebben alleen nog niet de tools om daarom te vragen.

Wat doen ouders?

Als we kinderen opvoeden willen we hen leren hoe het leven in elkaar steekt en wat we van hen verwachten hoe ze zich gedragen.
We dringen hen we onze behoeften en denkbeelden op en willen nog wel eens vergeten dat behoeften en denkbeelden tegenstrijdig kunnen zijn.
Zo hebben kinderen behoefte om te groeien en moeten ze daarvoor grenzen overschrijden om te leren wat die grenzen zijn. Ouders willen graag harmonie en dat botst.

En natuurlijk is het goed als wij kinderen voorleven wat we van hen verwachten. We moeten alleen leren dat als we vastlopen in ruzie en onbegrip dat we onze houding omkeren.
En in dat omkeren kunnen we leren luisteren naar onze kinderen. En dan kunnen we luisteren om echt te horen wat ze ons vertellen. Als we hen werkelijk horen dan kunnen we hun behoefte herkennen en die erkennen. En daarna kunnen we hen pas vertellen wat we van ze verwachten. Het conflict is dan al weggegleden omdat het kind zich gehoord voelt en niet hoeft door te zetten.

Eerst begrijpen, dan begrepen worden

Stephen Covey, de managementgoeroe zei het al: Je moet mensen eerst begrijpen voordat je zelf begrepen kan worden.
Voor kinderen geldt dit des te meer. Als we hun behoefte erkennen, kunnen we ze een tip geven hoe het probleem opgelost kan worden. Als we dan ook nog een voordeel weten te benoemen die de tip gaat opleveren dan kan het kind weer met ons meebewegen.
Bijvoorbeeld de puber met zijn rotzooi. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: ‘Jij wilt graag de baas zijn over je kamer en je spullen. EN (geen maar) .. als je nu je kamer opruimt, zal ik even voor je stofzuigen.
Op deze manier voorkom je een machtsstrijd en kun je toch je gezag uitoefenen.
Het kind voelt dat er naar hem geluisterd is en wil daarna naar ons luisteren.

Ieder kind wil een ouder die naar hem luistert, maar wil vooral een ouder die hem hoort en begrijpt.


Dit artikel werd geplaatst in de weekendbijlage van het Friesch Dagblad op 15 december 2017.

Wanneer je deze tekst, of gedeeltes daarvan, wilt gebruiken vraag dan even toestemming.
De link mag gedeeld worden op social media.

Dit artikel werd ook gepubliceerd in het blad KWINK, Sociaal emotioneel leren.

Kijk voor meer informatie over leren, het weerbaarheidsspel, de opleiding tot kindercoach en opvoedcoach en nog veel meer op de website van Tea Adema

Lees ook: Opvoeden: Schipperen tussen je principes
Lees ook: Hoe wil je als ouder worden herinnerd?
Lees ook:  Je luistert niet naar me!!
Bekijk ook: Dilemma: Moet je kinderen straffen of juist niet?
Bekijk ook: Hoe streng ben jij als ouder?

PS: Wil je op de hoogte blijven en dagelijks interessante artikelen lezen of leuke filmpjes bekijken?
Like dan mijn facebookpagina.
De illustratie is van Studio Staalkaart

Dit bericht is geplaatst in gepubliceerde artikelen, Gezinszaken, Opvoeden in deze tijd, Stof tot nadenken. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *