Hoezo handelingsverlegen?

Met opgetrokken schouders en een verdrietige blik in haar ogen zat ze voor me.

‘Ik weet het niet meer’ zei ze.

We hadden kort gesproken over een kleuter in haar klas die haar voor grote uitdagingen stelde. Hij schreeuwde door de klas, liep van zijn plek, duwde andere kinderen en kwam niet tot werken. Andere ouders hadden haar er ook al op aangesproken. Ze had met haar collega’s er over gesproken dat ze het nodig vond dat het kind onderzocht werd. Dan zou het duidelijker worden. Haar collega’s waren er echter op tegen.

Wat nu? Ze was handelingsverlegen.

Handelingsverlegen

Het woord was gevallen en nu konden we verder.
‘Wie is er handelingsverlegen’ vroeg ik?
‘Ik’ antwoordde ze.
‘Heeft het kind of heb jij dan een probleem wat opgelost moet worden’ was mijn volgende vraag.

In eerste instantie wist ze niet goed wat ze met deze vraag moest. Immers het kind vertoonde buitensporig gedrag en dat moest stoppen.
Uiteraard had ze daar helemaal gelijk aan.

Wanneer een kind buitensporig gedrag vertoont waardoor de andere kinderen en het klimaat in de klas of thuis niet meer veilig zijn, moet er wat gebeuren. Dat is een duidelijke zaak.
De vraag is echter wanneer je spreekt van handelingsverlegen en wie er handelingsverlegen is en wie er werkelijk een probleem heeft.
Strikt betekent het dat degene die zegt handelingsverlegen te zijn een probleem heeft.
Bij deze juf bleek dat ook zo te zijn want haar collega ervoer geen problemen met het bewuste kind.

Wat betekent handelingsverlegen?

Wanneer je handelingsverlegen bent, voel je vooral onmacht en lukt het je niet meer met een bepaalde situatie of kind om te gaan.
Dat voelt heel akelig en onze, bijna natuurlijke, neiging is dan om dit probleem bij de ander neer te leggen.
De ander doet iets fout, er is iets mis met de situatie of met de ander of er moet een verklaring gevonden worden.
Voor deze juf was de oplossing dat ze het kind wilde aanmelden voor onderzoek.
Echter, je kunt je afvragen of dat iets gaat oplossen.
Stel dat het kind een diagnose krijgt.
Met die diagnose is nog niets opgelost want het kind doet nog steeds hetzelfde en jij bent nog steeds handelingsverlegen.
Het meest fascinerende wat deze juf mij vervolgens vertelde was dat als ze wist welke diagnose dit kind zou hebben, dat ze dan het gevoel had dat ze hem beter aankon. En ze had al een idee welke diagnose dit kind zou krijgen.
De vraag was dus:”Wie heeft er hier een probleem?”

Hoe kom je uit handelingsverlegen?

Wanneer je een probleem ervaart, is het logisch dat je op zoek gaat naar een oplossing. Je kunt dit buiten jezelf neerleggen door een oplossing van een ander te vragen. Meestal is dit een vrij heilloze weg want iemand anders heeft er weinig voordeel van om jouw problemen op te lossen.

Het is dus slimmer als je je handelingsverlegen voelt om te ontdekken wat je zelf kunt doen om weer controle te krijgen. In een klas vol kleuters is dat een bittere noodzaak om de veiligheid van alle kinderen te waarborgen.

In actie komen en je eigen leerdoelen formuleren kan dan een hele goede eerste stap zijn.
Wanneer je ontdekt dat je collega een ‘moeilijk’ kind gemakkelijk weer erbij kan trekken, is het helemaal duidelijk dat jij iets hebt te leren.
Je kunt samen gaan ontdekken wat jij kunt leren van je collega.

  • Gaat het om leiderschap?
  • Gaat het om grenzen stellen?
  • Gaat het om erkenning geven voor de onmacht van het kind?
  • Gaat het om andere kinderen sturing te geven of hen te vragen elkaar te helpen?
  • Wat doet je collega precies waardoor het kind bij haar niet zo buitensporig gedrag vertoont?

Daarnaast kunnen ook andere collegae en de ouders wellicht handige tips geven over hoe dit kind op een positieve manier bij de les te betrekken.
Basis is echter dat je bereid bent naar je eigen onmacht te kijken en te erkennen dat je iets bij kunt leren voor kinderen die je uitdagen.
Door je eigen functioneren onder de loep te nemen in plaats van het kind als oorzaak aan te wijzen, wordt je weer krachtig en kun je de leiding over jezelf en de klas weer in handen nemen.

Wat doen we ouders aan?

Stel je voor dat je ondernemende en pittige kleuter een poosje naar school gaat en je moet bij de juf komen voor een gesprek.
En stel je voor dat de juf dan zegt dat er iets mis is met je kind, dat het niet te handhaven is in de klas en dat je een diagnose nodig vindt zodat jullie weten hoe je het kind moet aanpakken.

Wat gebeurt er met ouders van een zo jong kind?

Hoe reëel is het dat we onze eigen onmacht op het bordje van de ouders leggen?  Wat betekent het voor hen dat we onze handelingsverlegenheid opdringen en hen daarvoor doorsturen voor een ernstige psychiatrische diagnose die je een heel leven blijft achtervolgen?
Hoeveel verdriet gaat dat bij ouders geven?

Uiteraard is het nodig en goed om met ouders te bespreken wat er op school gebeurt. Leerkrachten hebben de verantwoordelijkheid om te monitoren of een kind zich ontwikkelt en bij te houden of die ontwikkeling in een positieve lijn verloopt. En als die ontwikkeling vertraagt, moet er aan de bel worden getrokken.
Dat staat buiten kijf.

Waar gaat het werkelijk om?

Mogelijk is de tussenweg om te onderzoeken wat het kind moet leren.
Welke gedrag moet een kind in de klas laten zien en hoe kunnen de volwassenen hem daarbij helpen.
Welke vaardigheden hebben leerkrachten nodig om een dergelijk kind bij te sturen en zijn ontwikkeling gaande te houden?
En als de leerkracht het niet meer lukt, wat kan er dan door de leerkracht worden geleerd om het wel te laten slagen?
En hoe kunnen ouders en leerkrachten samenwerken om de leerdoelen van het kind scherp te houden en in stijgende lijn te begeleiden?
Dat zijn belangrijke vragen

De juf

Nadat we alles hadden besproken, zei ze tegen me: “Ik begrijp het.
Ik dacht dat als er een diagnose zou komen ik beter zou weten hoe ik hem zou kunnen helpen, maar ik zie nu ook dat ik hem nu al zo kan benaderen.
Hij krijgt daardoor veel meer kansen en ik ga mijn duo vragen hoe het haar lukt om hem wel bij de les te houden.
En ik ga tegen zijn ouders zeggen dat ik het moeilijk vindt en dat hij daar niets aan kan doen, maar dat dit mijn probleem is.”

Wil je leren hoe je óók met kinderen in de klas kunt omgaan als het moeilijk is, voel je dan welkom de opleiding tot kindercoach en opvoedcoach.

Wanneer je deze tekst, of gedeeltes daarvan, wilt gebruiken vraag dan even toestemming.
De link mag gedeeld worden op social media.

Kijk voor meer informatie over leren, het weerbaarheidsspel, de opleiding tot kindercoach en opvoedcoach en nog veel meer op de website van Tea Adema

Lees ook: Moeten leerkrachten opvoeden?
Lees ook: Je hoeft niet te weten wat je kind denkt
Bekijk ook: Waar loopt de eigen leerlijn scheef met de citolijn?
Bekijk ook: De beste manier om met de juf over je kind te praten

PS: Wil je op de hoogte blijven en dagelijks interessante artikelen lezen of leuke filmpjes bekijken?
Like dan mijn facebookpagina.
De illustratie is van Bianca Snip

Dit bericht is geplaatst in Opinie, Opvoeden in deze tijd met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *