Wie flexibel is, krijgt meer

Lang geleden hoorde ik eens de opmerking: “Degene die het meest flexibel is, zal het systeem beheersen”.
Het bleek een opmerking uit de NLP (neuro linguïstisch programmeren) en betekent dat hoe meer iemand zich flexibel kan opstellen, hoe meer deze persoon gedaan kan krijgen.
Het heeft best lang geduurd voor ik werkelijk uit de voeten kon met deze opmerking en ik een vaag gevoel van afkeer, want manipulatie, kon wegleggen.
Want deze bewering klopt als een bus en vrijwel dagelijks zie ik het om me heen bij ouders en kinderen.

Leertaak flexibiliteit

We hebben allemaal flexibiliteit te leren en heel veel hulpvragen gaan over dit vermogen. Immers als je je gemakkelijk aan kunt passen aan een veranderende omgeving, een andere werkwijze of werktijden, andere taken, of verantwoordelijkheden, maar vooral aan andere gedragingen van anderen dan je had verwacht, dan heb je het vooral zelf veel gemakkelijker.
Kinderen hebben nog een grote behoefte aan veiligheid. Vele volwassenen onder ons trouwens ook :-). Veiligheid wordt vergroot door vaste gewoonten, voorspelbaar en betrouwbaar gedrag en vaste tijden en overzichtelijke verantwoordelijkheden.
Ziedaar het spanningsveld. Enerzijds is er een grote behoefte aan veiligheid en overzicht en anderzijds vraagt je omgeving om flexibiliteit.
Wanneer dit spanningsveld te groot wordt, gaan we dat meestal merken in gedrag.

Hoe merk je of iemand flexibel is

  • Als je een speelafspraak met iemand hebt en er komt iets tussen.
  • Als je voor een toets geleerd hebt en het blijkt het verkeerde hoofdstuk te zijn.
  • Als je je taken had gepland en je vriendin blijft maar doorkletsen en gaat niet weg.
  • Als je bijna een level hebt gehaald in je spel en je moet eten.
  • Als je net de trein mist en je hebt een tentamen of een belangrijke afspraak.

Vele malen op een dag lopen zaken anders dan verwacht. Heb je de flexibiliteit om bij een verstoring van je planning een andere koers te varen dan ben je flexibel. Kun je adequate oplossingen vinden als je gestoord wordt in je gedachtengang dan ben je flexibel.
De meeste mensen onder ons en vooral kinderen en pubers vinden dit best lastig. Immers, als iets je dwarszit, is dat ook vaak aanleiding tot emoties van boosheid, angst of verdriet. Dan kun je merken dat de ene mens volledig uit zijn dak gaat van boosheid, de ander bang wordt en gaat jammeren en weer een ander gaat huilen van verdriet. En je zult merken dat er mensen zijn die ogenschijnlijk rustig hun gang gaan.
En daar wordt het interessant.

Gedrag en flexibiliteit

Als het tegenzit, reageert iedereen. Zo simpel is dat.
Hoe kan het dan dat de ene mens rustig zich aan kan passen en zijn doelen haalt en de ander flipt van boosheid, scheldt, agressief doet, verdwijnt, het opgeeft of van verdriet niet meer verder kan en van mening is dat het allemaal geen zin meer heeft?
Een aantal aspecten zijn onder andere van belang om flexibiliteit te leren:

  • Aanleg. De ene mens heeft een meer makkelijk temperament dan de ander
  • Veiligheid. De ene mens voelt zich in een onbekende omgeving meer op zijn gemak dan de ander
  • Opvoeding. Het ene kind krijgt meer de kans om zijn eigen boontjes te doppen in een veilige setting dan het andere kind
  • Denkvermogen. De ene mens is beter in staat om in opties te denken dan de ander
  • Zichzelf geruststellen. het ene kind kan zichzelf beter troosten dan de ander

Uit bovenstaande blijkt dus dat je flexibiliteit kunt leren. En als je iets kunt leren, zal dat voor de ene mens meer moeite kosten dan de ander.

Hoe ontwikkeld flexibiliteit

Het leren van flexibiliteit heeft te maken met leren denken. Voelen en willen zijn ook belangrijke componenten evenals behoeften.
Als je iets kunt leren, betekent dit dat je moet oefenen. Het betekent ook dat kinderen niet vanzelf flexibel zullen zijn en dat ze dus hun denkvermogen ontwikkeld moeten hebben.
Iedereen kent de boze peuter die gillend en rollend op de vloer ligt. Peuters en kleuters ontdekken dat ze een IK- een persoon- zijn. Ze ontdekken door het woordje NEE dat ze invloed hebben, maar kunnen het allemaal niet overzien. Hun wereld is nog letterlijk klein en ze worden van hot naar haar gesleept zonder dat ze invloed kunnen uitoefenen. Het denkvermogen in oorzaak-gevolg moet nog helemaal ontwikkeld worden. Het duurt dan ook nog een poosje voor een kind voorspellend kan denken als het tijdsbesef heeft ontwikkeld.
Wanneer er dus iets onverwachts gebeurt wat jonge kinderen natuurlijk vele malen op een dag meemaken omdat ze het overzicht en tijdsbeleving missen, is er een akelig gevoel. En van een akelig gevoel willen we zo snel mogelijk af. We hebben de grote behoefte om ons weer goed te voelen.
Jonge kinderen hebben alleen maar hun gedrag om ons te laten weten dat er iets niet in orde is.

En dan komt de opvoeding

Willen we dat kinderen flexibiliteit ontwikkelen dan moeten we ze hierbij helpen.
Roepen we dat kinderen moet ophouden met gillen, dan stoppen ze misschien wel als ze uitgeput zijn, maar ze leren niks.
Gaan we ze alleen maar geruststellen, dan leren ze ook niets.
Lossen we de problemen voor ze op door boos de leerkracht te bellen, door een leuk uitje te verzinnen na het afgezegde speelafspraakje of maken we zelf de spreekbeurt, dan leren onze kinderen dat ze door lawaai te maken hun zin krijgen, maar flexibiliteit leren ze niet.

Boos worden, geruststellen en oplossen helpt niet, wat dan wel?

Wanneer we onze kinderen zelf leren na te denken, leren kinderen flexibel te worden.
Als het tegenzit kunnen we ons kind erkenning geven door te benoemen hoe vervelend dit is en hoe akelig het zich daardoor voelt. Door het geven van erkenning en het benoemen van het gevoel wat het kind naar alle waarschijnlijkheid voelt, komt er ruimte. Het kind hoeft geen lawaai meer te maken om ons te attenderen op het feit dat er iets niet in orde is. We zijn er immers al en zeggen al wat er mis is.
De volgende stap kan zijn om te vragen welke oplossing er mogelijk is.
Jonge kinderen kunnen we helpen door het noemen van twee of drie alternatieven voor de oplossing van het probleem. Wordt een kind ouder dan kan het die zelf verzinnen.
In feite is het een hele simpele procedure: Geef erkenning en verzin dan mogelijkheden en opties om het beter te krijgen. Zo leert het kind dat het in iedere situatie de eigen macht en kracht in handen kan nemen en hoeft het ook geen gedrag te leren wat wijst op hulpeloosheid of manipulatie door boosheid of tranen.

En dan de puber

Wanneer de puber van jongs af aan geleerd heeft te denken in mogelijkheden en oplossingen, heeft het in tussentijd ook geleerd zichzelf gerust te stellen en te troosten. Bijkomend voordeel is dat de puber zich op vele plekken veilig voelt. Voelt hij zich niet op zijn gemak dan gebruikt hij zijn gedachten om alle zaken op een rij te zetten.
Deze puber zal ook minder geneigd zijn, zijn leerkracht met veel lawaai te beschuldigen van het foute huiswerk, zal op het perron geen fiets kapot schoppen, maar iemand bellen om nog op tijd te komen voor het tentamen. Deze puber wenst zijn vrienden een fijne dag en gaat zijn huiswerk maken. Misschien baalt hij even, maar bedenkt dan dat hij een goed cijfer wil halen.
En… deze puber krijgt door zijn geroemde sociale vaardigheden heel erg veel voor elkaar. Hij heeft geleerd te denken in oplossingen en is geen jojo van zijn emoties, maar weet zijn emoties op een helpende manier te gebruiken.
En die puber wordt een volwassenen die zijn kinderen op een flexibele manier weet op te voeden met oog voor hun behoeften van dat moment.
En zo is de cirkel rond… 🙂
Degene die het meest flexibel is, zal het systeem beheersen….

Wanneer je deze tekst, of gedeeltes daarvan, wilt gebruiken vraag dan even toestemming.
De link mag gedeeld worden op social media.

Bekijk in dit filmpje: Help kinderen met zelfstandig denken
Lees ook: De valkuil van geruststellen
Lees ook: Wat is er mis met falen?
Lees ook: Als boosheid aan is, zijn de hersenen uit

Kijk voor meer informatie over leren, kindercoachmaterialen, de opleiding tot kindercoach en opvoedcoach en nog veel meer op de website van Tea Adema
De illustratie is van Aly Westerhuis

Dit bericht is geplaatst in angst, Boosheid, Concentratieproblemen, Faalangst, Opvoeden in deze tijd, Pubers, weerbaarheid, Wist je dat?. Bookmark de permalink.

2 reacties op Wie flexibel is, krijgt meer

  1. Nynke schreef:

    En wat als ik dat mijn puber NIET goed heb geleerd?

  2. Tea schreef:

    Dan mag je puber dat helemaal lekker zelf leren. 🙂
    Dat kan een puber namelijk best….. 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *