Als je kind kortsluiting heeft, moet jij aansluiting maken

Hartlucht2afm1Wie kent het niet, een schreeuwende en woest om zich heen slaande boze peuter of kleuter.
Bij een ander vinden we dit nog wel grappig en vaak weten we heel goed hoe je de betreffende peuter of kleuter moet aanpakken.
Een door het lint gaand en driftig basisschool kind of woedende puber zie je niet zo veel in het openbaar, maar binnenshuis zijn er vele kinderen die in hun drift en woede flink tekeer gaan. Vaak tot wanhoop van hun ouders.

Boze peuters en kleuters

Het valt me vaak op hoeveel ouders verwachten van hun jonge kind. Ouders vertellen me geregeld dat ze ervan overtuigd zijn dat hun peuter of kleuter met opzet dingen doet of laat of dat ze iets doen om hen als ouder dwars te zitten. Ook zeggen ouders dat het kind toch echt moet weten hoe het hoort en dat het toch duidelijk is dat iets niet kan.
Met deze ideeën overschatten ouders hun jonge kind schromelijk. Peuters en kleuters hebben nog niet een zodanige ontwikkeling van hun hersenen doorgemaakt dat ze al kunnen nadenken, logische conclusies kunnen trekken, oorzaak en gevolg kunnen bedenken en een geweten wat ontwikkeld is. Integendeel, deze jonge kinderen moeten dat allemaal nog leren en ze reageren op dat wat ze zien en vooral wat ze ervaren. Ze begrijpen voor emotioneel in plaats van verstandelijk en zullen vooral reageren op de taal van het lichaam van ouders in plaats van op hun woorden. Als woord en daad niet in overeenstemming zijn, raakt het kind daarvan in de war. Dit zie je vooral bij corrigeren op gedrag: Mama zegt nee, maar kijkt lachend naar oma.
Daarnaast hebben peuters en kleuters natuurlijk hun behoeften. De behoefte aan autonomie, herkenbaar in ikke zelf, de behoefte aan aandacht, erbij horen en verbondenheid en natuurlijk veiligheid en structuur bepalen het gedrag van het kind.
Echter, het jonge kind heeft nog onvoldoende woorden tot zijn beschikking omdat die hersenen nog zo in ontwikkeling zijn. Het kind wil dus van alles, maar kan het nog niet vertalen.
En daar gaat het vaak mis……
Want stel je voor: Als ouder verwacht je het nodige van je kind die daar nog niet aan kan voldoen. Als kind heb je veel behoeftes die je nog niet op een aanvaardbare manier kunt uiten. Doe daarbij nog enige vermoeidheid, een temperamentvol karakter en nog meer wederzijds onbegrip en eisen van ouders en je hebt feest.
Plotseling is de driftbui geboren en schijnbaar vanuit het niets begint kindlief een keel op te zetten en gaat heel het lijf in protest.

Het driftige kind

Tegen de tijd dat het kind in groep 3 komt, heeft het al veel ervaring opgedaan met zijn ouders. Het kind weet hoe er binnen het gezin wordt omgegaan met thema’s als boosheid en angst en het weet intuïtief ook al heel goed hoe het zaken voor elkaar krijgt. Het kind weet ook al wat wel en niet mag, ook als ouders niet in de buurt zijn. Het denkvermogen wordt steeds beter ontwikkeld en met het ouder worden kan het kind ook al een strategie bedenken om dingen gedaan te krijgen, oorzaak en gevolg af te wegen en afwegingen maken.
Afhankelijk van de opvoeding leert het kind ook frustraties en teleurstellingen verwoorden waardoor die emoties gekanaliseerd worden en niet primair door het lijf geuit worden.
De behoeften van het kind wijzigen niet veel in de basis al krijgt het basisschool kind met het vorderen van de leeftijd wel steeds meer behoefte om zijn talenten en capaciteiten waar te maken.
Wordt dit kind gefrustreerd in zijn behoeften of worden de behoeften genegeerd of niet (h)erkend dan kan het zijn dat een driftbui het gevolg is. Bij onze zoon noemde ik dit na verloop van tijd: Kortsluiting.
Het kind ervaart zoveel frustratie en onmacht waarbij er geen andere mogelijkheid overblijft dan een soort instorting waarbij iedere vorm van communicatie niet meer mogelijk is.

De woedende puber

Ook pubers kunnen zo knel komen te zitten tussen behoeften, verwachtingen en vooral een grote onmacht om zich effectief te uiten dat een woedeaanval het gevolg is. Meestal speelt zich dit alleen binnenshuis af want pubers schamen zich ook voor hun, vaak kinderachtige, gedrag. Meestal hebben ze geen andere mogelijkheid van reageren op dat wat hen dwars zit.
Pubers hebben met name een zeer grote behoefte om serieus genomen te worden en als gelijkwaardig behandeld te worden. Dat geeft soms grote spanningen als ouders een andere mening hebben over het gedrag.

De rol van ouders

Ouders zijn cruciaal in het leren omgaan met emoties van hun kinderen. Vooral bij boosheid en angst is dit omgaan verweven met opvattingen en emoties van ouders zelf.
Ben je als ouder zelf opgegroeid met de boodschap dat boosheid niet mag, dan kan je het heel zwaar hebben met een woedend en driftig kind. Ben je daarentegen opgegroeid met woedende ouders die vaak verbaal en non-verbaal hun woede lieten zien en horen, dan worden er misschien allerlei alarmbellen geactiveerd als je kind zo boos is.
En ben je een ouderpaar waarbij de ene ouder boze ouders had en bij de andere ouder boosheid er niet mocht zijn, dan wordt het thema boosheid wel erg groot in je gezin. En je kunt er dan bijna de donder op zeggen dat je kinderen heel veel boosheid gaan laten zien waar je als ouders dus een heel verschillende mening en gevoel over hebt.
Maar dan….
Wat wij als ouders best lastig vinden is gewoon naar ons kind te kijken die boos is en dat uit. Niks meer en niks minder. Als je naar een boos kind kijkt en beseft dat het kind zich machteloos voelt en iets niet kan handelen, dan zou het moeten lukken om zelf rustig te blijven en begrip te tonen voor je kind van waaruit je je kind handvatten kan geven.
Wat er echter maar al te vaak gebeurt is dat ouders ook hun geduld en hun ‘verstand’  verliezen en mee gaan in de emotie van hun kind waarbij alle redelijkheid en billijkheid is verdwenen en twee partijen doodmoe worden van zichzelf en van elkaar.
Lukt het de ouder echter om het kind te zien in zijn nood van dat moment dan kan de kortsluiting van het kind door de aansluiting van de ouder opgelost worden.
En soms is het heel simpel…. Wij kwamen er na verloop van tijd achter na een woeste zoon in een Franse stad dat hij gewoon op tijd moest eten ter voorkoming van kortsluiting.

Lees meer over woedende ouders en woedende kinderen
Bekijk het filmpje over hoe om te gaan met boosheid
Lees ook: Waarom ruzie tussen kinderen heel nuttig is

Kijk voor meer informatie over leren, kindercoachmaterialen, de opleiding tot kindercoach en opvoedcoach en nog veel meer op de website van Tea Adema
De illustratie is gemaakt door Aly Westerhuis

Wanneer je deze tekst, of gedeeltes daarvan, wilt gebruiken vraag dan even toestemming.
De link mag gedeeld worden op social media.

Dit bericht is geplaatst in Boosheid, Opvoeden in deze tijd, Opvoedtips, Peuters en kleuters, Pubers. Bookmark de permalink.

4 reacties op Als je kind kortsluiting heeft, moet jij aansluiting maken

  1. Erna schreef:

    Zelf ouder van een driftig kind. Hier heb ik mijn zoon soms aangemoedigd om verder te gaan in zijn woede. Jij wilt nu gooien met iets, prima maar ondanks dat je nu vreselijk boos bent en.je het kwijt moet. Hier een bak walnoten en daarbis een muur ga je gang. Binnen 5 minuten kwam hij bij zinnen en kon hij zijn verhaal vertellen. Deze zoon is op school heel driftig geweest en ook daar ben ik naast hem gaan staan en verteld dat hij als hij op school uit zijn plaat ging ik thuis er niet boos ovet zou worden. Zijn leerkracht was al boos en als we dat verplaatste baar huis dan had hij 2 onveilige basisplekken. Dit was in zijn basisschooltijd nu zit hij op het voortgezet havo 2 en is hij een leuke puber die zijn teleurstelling weet te beheesen. Zo trots op hem.

  2. Marcelle de Bruin schreef:

    Mooi verwoord Tea. Ik ben altijd blij met je blogs, het zijn voor mij mooie reminders en leermomenten over mijn eigen situatie, thuis met mijn gezin en ook voor mijn methode.

    Dank je wel!

    www . kikbox . nl

  3. Birgitte Gadet schreef:

    Ik heb geen problemen met boos worden van onze zoon van 10 jaar. Papa wel, maar daar werken we aan. Alleen heb ik er wel problemen mee dat onze zoon zijn boosheid dan op zijn zusje gaat botvieren af en toe. Dan stop ik hem en loop ik weg bij de situatie om met hem te praten. Boos zijn is niet erg, maar frustratie om het booszijn is veel erger. Langzaam gaat het steeds beter en begrijp ik hem sneller dan hij het zelf in de gaten heeft. Toch zou ik graag handvaten willen hebben om hem hier verder mee te kunnen helpen, zodat hij niet meer gaat slaan op schoppe, want dat is niet nodig. Vind ik. Hopelijk kan iemand mij hiermee helpen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *