Het slagveld van 2- Havo en Vwo-2

ProefwerkNa een paar jaar begon het op te vallen. In november/december, maar vooral rond februari werden er allemaal kinderen aangemeld die vastliepen in Havo 0f Vwo-2. En als kinderen vastlopen in het onderwijs, wat meestal veel onvoldoendes betekent, wordt het er thuis niet gezelliger op. Ongeruste ouders, dwarse pubers en veel huiswerk en smartphones zijn niet zo’n goede combinatie.

Wat is er aan de hand?

Kinderen die naar de Havo of het Vwo gaan, kunnen in principe goed leren, althans je mag verwachten dat zij in staat zijn goed te presteren op leer gebied. Ze zijn vaak fluitend door de basisschool gegaan en hadden daar weinig tot geen problemen en haalden hoge cito-scores. Deze prestaties hadden ze vaak te danken aan een goed geheugen en een goede afstemming tussen vraag en aanbod.
In de brugklas gaan deze kinderen op dezelfde voet door als op de basisschool. De brugklas is nieuw en spannend en de capaciteiten van het kind sporen met het aanbod.
In het 2e jaar echter wordt de lesstof aanzienlijk uitgebreid en moet er, eindelijk, gewerkt worden. En dat werken voor een resultaat is nieuw en onbekend.

De gevolgen van de inzinking

Voorheen waren deze kinderen om na een kleine inspanning een groot resultaat te behalen. Nu komen ze in een situatie dat deze kleine inspanning een veel kleiner resultaat betekent. En dat heet vaak onvoldoende. Ze begrijpen er vervolgens niets meer van. Ouders gaan zich er ook mee bemoeien en roepen dat ze beter moeten leren. Maar wat dat beter leren is, is meestal volstrekt onduidelijk. Wanneer er op dit soort momenten spanningen ontstaan tussen ouders en kinderen, gaat meestal de motivatie voor school een flinke deuk oplopen. Ook faalangst komt bij sommige kinderen sterk om de hoek kijken en dat gaat grote gevolgen hebben.
Ouders gaan meestal hun kinderen helpen en dat helpen bestaat in de meeste gezinnen uit gedoe over de telefoon en tips over hoe een kind moet leren.
En omdat het gaat over pubers kun je eindeloze discussies en preken verwachten tussen ouders en kinderen. Voorwaar geen fijn dagelijks gedoe…

De weg terug

In mijn praktijk zie ik dus op deze momenten veel kinderen en hun ouders worstelen met elkaar en met hoe weer de stijgende lijn te pakken te krijgen voor de leerresultaten.
Ik begin vrijwel altijd met het in kaart brengen van het inspanningen level. We maken zichtbaar wat de bandbreedte is van de inspanning en van de uitkomst. Als de uitkomst groter is, dan noem ik dat mazzel, is deze kleiner dan is het pech hebben en is de bandbreedte gelijk dan heb je loon naar werken. Dit geeft onmiddellijk veel inzicht en het onderwerp motivatie ligt gelijk op tafel. Want wil je een grotere uitkomst dan zal je een grotere inspanning moeten verrichten. Wil je dat niet, dan zijn we snel klaar en ligt afstromen naar het Vmbo voor de hand. Wil je het wel, maar word je geplaagd door faalangst dan zetten we daarop in.
Wil je wel, maar heb je geen idee hoe je het aan moet pakken dan gaan we ons richten op de zogenaamde executieve functies die te maken hebben met alles op het gebied van plannen, organiseren, timemanagement, emotieregulatie en flexibiliteit.

De eerste stappen

Wanneer we nu in kaart hebben op welk gebied er wat te doen is, start ik met een soort rapport. Wat zijn de vakken waar je goed in bent en waar haal je met gemak nog de voldoendes. Dit is interessant om te weten omdat we er hierdoor achter komen wat de mogelijke leerstrategie en de voorkeur leerstijl is. Als we die voorkeur kennen, wat overigens vaak ook met talent heeft te maken, kunnen we onderzoeken hoe deze voorkeur en dit talent voor de zwakkere vakken ingezet kan worden. Met een kleine aanpassing in de planning, de aanpak, de evaluatie of de manier van leren is dan opnieuw een groot resultaat te behalen.
Op deze manier kunnen we vaak in één sessie alle relevante stappen van de Ik leer leren training in gang zetten. Voor een deel van de kinderen is het hiermee klaar en voor andere kinderen is het handig de hele training van 5 lessen door te lopen.

Dan komt april en mei

En ondertussen loopt de tijd gewoon verder. In april en mei is er opnieuw een ijkpunt. De winterkinderen hebben meestal hun dip overwonnen, al dan niet met behulp van ouders, leerkracht of een coach. Kinderen die geen hulp wilden of de kop in het zand staken en nu toch echt aan de bak moeten, komen nu bovendrijven.
Voor deze ‘op-of-over-de-rand-val-kinderen’ is het echt vijf voor twaalf. De enige relevante vraag voor deze groep is: ‘Wil je over naar het volgende leerjaar?’ Wordt het een Ja, die meestal gemotiveerd wordt door het feit dat anders de vriendenclub in de klas uiteen valt, dan gaan we als bovenstaand aan de slag. Wordt het een Nee, dan zijn we weer snel klaar want dan blijft alleen over of het kind de consequenties en verantwoordelijkheid overziet en wil nemen van zijn werkhouding.

Het eind van het liedje

Kinderen zijn veerkrachtig en in principe gemotiveerd zo is mijn ervaring. En ik kan eerlijk zeggen dat vrijwel alle kinderen het hebben gered in het moeilijke jaar waarin ze werden geconfronteerd met mislukking wat ze niet gewend waren.
En dat moet hoopvol zijn voor alle ouders die zich zorgen maken…..

Voorkomen beter dan genezen?

Wil je je kind helpen en voorkomen dat het vastloopt? Kijk dan eens bij de Ik leer leren training voor kinderen vanaf groep 8 en de brugklas waarin ze leren hoe ze moeten leren. En zijn ze toch vastgelopen op enig moment, dan helpt de training kinderen weer op pad.
In heel Nederland en België vind je Ik leer leren trainers die zowel in groepjes als individueel weer kinderen op weg helpen.

Friesch Dagblad over klas 2Dit artikel werd geplaatst in de weekendbijlage van het Friesch Dagblad op 7 januari 2016.

Bekijk ook: Faalangst aanpakken
Lees ook: Leren als een giraf
Lees ook: 1000 verschillende manieren van leren
Bekijk ook: Het trainerspakket voor Ik leer leren trainers

De illustratie is van Bianca Snip.
Kijk voor meer informatie over de praktijk, het gratis eboek, kindercoachmaterialen, de opleiding tot kindercoach en opvoedcoach en nog veel meer op de website van Tea Adema

Dit bericht is geplaatst in Faalangst, gepubliceerde artikelen, Leerproblemen, leerstijlen, Pubers, Stof tot nadenken. Bookmark de permalink.

4 reacties op Het slagveld van 2- Havo en Vwo-2

  1. Marja schreef:

    Wat ongelooflijk herkenbaar Tea.
    Mij is dit in elk geval overkomen als kind/puber. Nu ben ik ruim 40 jaren verder en nog kijk ik hierop me verwondering en weemoed terug. Hoe anders had het kunnen lopen, met wat meer aanmoediging en begrip. Voelde me destijds heel eenzaam en de keuzes om terug te gaan maar mavo maakte ik zelf!

  2. Ben Bos schreef:

    Thea, dit is zeker herkenbaar. Ik heb zelf een zoon in 2-VWO tweetalig onderwijs. Ook hij heeft te kampen met dit probleem. Bovendien is zijn verbale IQ 132 punten en zijn performale IQ 99 punten. Een extreem verschil. Wat wij wel ontdekt hebben is het feit dat deze kinderen niet zozeer tegen een te moeilijke stof aanlopen vanaf het 2e leerjaar, maar dat zij nooit een leerstrategie ontwikkeld hebben. Die strategie hebben ze namelijk nooit nodig gehad.
    Je moet je kind dus ondersteunen in het plannen en het leren leren. Maak de schoolagenda overzichtelijk met kleuren voor huiswerk, repetities, enz. en zorg ervoor dat ze er op tijd mee beginnen. De school gaf ook het advies een niveau lager te gaan, omdat het kind het dan makkelijker heeft, maar dat is qua intelligentie helemaal niet nodig.
    Onze zoon is nu tijdelijk naar bijles om enerzijds de achterstand in de stof op te halen en anderzijds te leren leren.

  3. Siera schreef:

    Ook voor mij heel herkenbaar. Ik ben hier destijds ook tegen aangelopen en het is echt even schrikken dat het leren niet meer “vanzelf” gaat. De conclusie om serieuzer huiswerk te gaan maken heb ik zelf getrokken en daarmee was het gelukkig opgelost

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *