Hoe om te gaan met boosheid

Allemaal hadden ze er last van binnen het gezin. Zijn woedeaanvallen kwamen en gingen en iedereen werd er moe van.
Hij wilde graag dat het anders werd, maar wist niet hoe ermee om te gaan. Ook op school had hij er last van, hij had het gevoel dat hij werd gepest en werd regelmatig buitengesloten.

Voordeel

Hij zag dus duidelijk in dat het hem veel zou opleveren als hij zijn boze buien onder controle zou kunnen houden en zich zou leren uiten op een meer constructieve manier.
Het belangrijkste voordeel zou zijn dat hij beter met zijn pappa zou kunnen opschieten. Ook vond hij het belangrijk dat de sfeer in huis beter zou worden en dat hij minder vaak straf zou krijgen. Hij zat nu heel vaak alleen op zijn kamer en werd daar op zijn zachtst gezegd niet blij van.

Wat gebeurt er precies

Nu we de motivatie hadden bepaald om te komen tot een gedragsverandering werd het tijd om de thermometer te introduceren. Ik vroeg hem of het klopte dat er meestal iets aan vooraf ging voor hij “flipte”  zoals zijn moeder het noemde. Hij erkende wel dat dit zo was, maar vond het nog best lastig om dit te herkennen.
Ik vroeg hem hoe het nu met hem was en of er ergens boosheid te bespeuren was. Hij ontkende en dus zei ik dat zijn boosheids temperatuur nu misschien wel nul was. We werden het eens en toen vroeg ik hem bij welk cijfer op de thermometer hij dacht dat hij ging flippen.
Hij dacht van nummer acht.
Samen met zijn moeder gingen we nu op onderzoek uit wat er meestal gebeurde tussen nul en acht en dat was eigenlijk niet eens zo heel veel. Hij voelde zich vaak niet serieus genomen, kreeg zijn zin niet of vond dat er niet geluisterd werd. Dit waren allemaal punten onder de noemer rode gedachten, gevoelens en acties.
Iedere keer als hij opmerkte dat de temperatuur opliep, deed hij een blokje in de thermometer. Zo werd precies zichtbaar hoe zijn boosheid escaleerde.

De volgende stap

Nu we in kaart hadden wat er gebeurde tot het kookpunt en waar dit punt lag, konden we op zoek gaan naar de dingen die behulpzaam konden zijn om de temperatuur weer naar beneden te halen.
het mooiste zou natuurlijk zijn dat hij onder de acht zou blijven zodat hij niet hoefde te flippen.
We waren het al snel eens dat dit het belangrijkste zou zijn, want boosheid is heel nuttig op zijn tijd. Het zorgt er onder andere voor dat je voor jezelf kunt opkomen en je niet de kaas van het brood laat eten.
Samen onderzochten we allereerst wat er gewoonlijk al hielp om de boosheid te hanteren.
Eigenlijk hielp het hem wel om naar zijn kamer te gaan om te kalmeren, maar dan riep pappa of mamma hem nog boos terug of kwamen ze bij hem.
Dit punt was al makkelijk uit de wereld te helpen en kwam terecht onder de noemer groene actie.
Hij dacht ook dat het hem zou helpen om eerder te bedenken dat hij iets ander kon zeggen. We schreven daar een paar voorbeelden van op het bord. Het zou hem vast helpen om te denken dat mamma wel wilde luisteren en dat pappa zijn zusje niet voortrok. Hij zou kunnen denken dat hij zo nu en dan best even kon wachten.
Met zijn moeder spraken we af dat zij hem zou waarschuwen als hij bij de zes kwam. Ze zou hem dan helpen om alle groene gedachten en acties in te zetten zodat de temperatuur kon dalen. Hij haalde de blokjes weer uit de thermometer en voelde dat het verschil maakte als de temperatuur van zijn boosheid kon zakken.

Blij verrast

En zo vertrokken ze na een uur allebei blij en opgelucht met een papier vol rode en groene aandachtspunten die hen zeker zouden helpen. Ze verwachtten dat ze nu een handvat in handen hadden waarmee ze het flippen beter zouden kunnen hanteren. Meest van al waren ze echter verbaasd om te merken dat een ogenschijnlijk zo’n vervelend probleem, zo logisch kon worden aangepakt.
Toen ze een week of vier later opnieuw kwamen, was het probleem grotendeels opgelost. We namen het werkboekje door waarin op iedere dag drie goede en mooie zaken waren genoteerd. Op alle andere vragen in het boekje had hij ook netjes antwoord gegeven.
Het grootste succes was echter dat hij het doel had gehaald van maximaal éénmaal per week flippen.
Zijn moeder was in ieder geval apetrots en geloofde er stevig in dat het boze monster flink verslagen was.

Lees ook: weg met stress door de stressmeter
Lees ook: ruzie tussen kinderen
Lees ook: het kind helpen of de ouders helpen?
Lees ook: ruzie in de tent

Bekijk de materialen van de kindercoach in de webshop…. en het stappenplan in het werkboekje Ik ben boos.
In de opleiding tot kindercoach leer je zo wel de theorie als de praktische handvatten voor problemen waar ouders en kinderen mee worstelen.
Wil je op de hoogte blijven? Vraag dan de nieuwsbrief aan van de praktijk voor kindercoaching.

Dit bericht is geplaatst in Boosheid, Uit de praktijk met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.

2 reacties op Hoe om te gaan met boosheid

  1. Charlotte schreef:

    Wat mooi en toepasbaar uitgelegd, bedankt daarvoor. Ik ben leerkracht en heb nu een meisje in de klas die vaak woede aanvallen heeft, dus ik zou dit ook graag willen toepassen bij haar. Nu ben ik erg benieuwd welke vragen (of vragen in de trant van…) er in dat werkboekje staan? Zou u mij daar een antwoord op kunnen geven?
    Hartelijke groeten, Charlotte

    • Tea schreef:

      Dag Charlotte,

      Fijn dat de beschrijving je helpt in je klas. Je kunt op de beschreven manier prima met haar in gesprek gaan.
      Ik verwacht dat het werkboekje ” Ik ben boos” binnenkort als e-book verkrijgbaar is. Je kunt het dan zelf uitprinten en iedere keer opnieuw gebruiken. Het boekje bestaat uit 15 pagina’s en pelt als het ware af wat er gebeurt bij een boos kind en maakt de overstap naar hoe hiermee leren omgaan. De vragen verwijzen naar gebeurtenissen, personen en welke processen er zich in het kind afspelen.
      Als je over een paar weken deze link bekijkt hoop ik dat het boekje verkrijgbaar is. http://www.kindercoachingfriesland.nl/materiaal-voor-de-kindercoach/
      De kosten zullen rond de 9,95 euro zijn voor eenmalige aanschaf.